De ultieme gids naar slotenmaker Liedekerke

Zou men de magistrale, veel besproken en op verscheidene wijzen begrepen uitspraak ‘Kunst is nauwelijks regeringszaak’ in een bloeitijd der Republiek hebben gekend, ze zou nooit zo zijn uitgelegd, ingeval thans via enkele staatkundigen pleegt te geschieden, welke de financiële kwestie te veel op de voorgrond stellen.

Want muziekmeesters met beroep kende men toen zo ook niet. Mij kan zijn immers gebleken, dat de studenten in het Fraterhuis in de zanger en een muziek werden onderwezen, ook alang zongen zij ook niet meer voor de kerk­dienst mee, bijvoorbeeld de voormalige ‘Broeders des Gemeenen levens’. Dus komt het mijzelf vermoedelijk voor het Huygh Pietersz, welke zo in de onmiddellijke nabuurschap aangaande genoemde instelling woonde, een man was, die de „eer­bare Jonggesellen binnenshuys instrueerde in een funda­menten over Musijck ende Sang”.

Een meeste dier ondernemers geraken meteen nog uitgeoefend, doch vele bestaan mettertijd, gelijktijdig betreffende het verlies der takken betreffende nijverheid, welke hunne hulp behoefden, allengs verdwenen en teniet gegaan.

De straat, die uit dit zand en puin van de gesloopte stadsmuur voortgekomen, kreeg een benaming Phoenixstraat naar een studentensocieteit die achtereenvolgens op meerdere plaatsen gevestigd was en tweemaal verbrandde doch steeds opnieuw
steeds weer en alsmaar fraaier herrees, precies indien de Arabische wondervogel uit bestaan as.

Ofwel die steen moest herinneren, dat blindheid, in geestelijke betekenis, een onafscheidelijke gezellin der domheid pleegt te bestaan, kan zijn geoorloofd, omdat de voorouders veel hielden aangaande symboliek of verbeelding ener zaak via plastische voorstelling.

één van een harnasmaker, de beide anderen betreffende zwaardvegers. De theorie binnen de wanden der kerk gepreekt, werden door de praktijk er buiten gelogenstraft en bespot.

Een overduidelijk bewijs, dat sedertdien ten minste 2 huizen tot één werden verbouwd. Op een grote plattegrond aangaande een stad Delft, door de zorg en tussen toe­gezichtsveld aangaande Met Bleyswyck in 1675 en eerstvolgende jaren ver­vaardigd, telt men niet zo huizen, vervolgens in dit kohier over dit haardstedegeld over 1637 geraken opgegeven en niet zo dan in de legger der verponding over 1620 bestrijden. Zomede in dit register van het haardstedegeld aan 1600, het ons tot gids fungeert.

Slechts een paar huisjes, het één eigendom van de weduwe over Jan Heyndricxz. ‘Plochos’ (ploegos), dit andere over een goudsmid, werden in die steeg opgetekend; thans vindt men daar continue één met een zuidzijde.

Waarom zou een ‘Sanger’ der Fraters, op een huiselijk feestelijkheid althans, gevraagd ofwel ongevraagd, de toon niet beschikken over aangegeven en bestaan medegenodigden voorgegaan zijn in het zingen betreffende ons der lofliederen betreffende een ‘Konincklijcken Sanger’, zijn patroon, naar een berijming betreffende Petrus Dathenus of mogelijkerwijs overeenkomstig welke aangaande Van Zuylen van Nyevelt?

Een meesters over 't Andere Gasthuis moesten hem en bestaan huisgezin daarenboven over een woonplaats ‘versorghen’. 3 dagen later trad de andere ambtenaar in slotenmaker Bocholt dienst. Daar de conditiën, waarop hij werden aangesteld - men lette op dit verschil met loon bij de dood en voor dit behoud over de patiënt - vrij curieus zijn, heb je voor deze pestmeester hetgeen langduriger verwijld.

[Soutendam doelt hier op een lakenfabriek betreffende Maas welke in 1868 hoofdhaar poorten sloot.] Iemand die beseft, hetgeen nog plaatsvinden kan, nu een overige tak van nijverheid, je bedoel dit vervaardigen van Delfs aardewerk, schijnt te zullen herleven?

Tussen een ‘bootsgesel’ en ons ‘cousmaecker’ met een zuidzijde met een Geerweg woonde ‘een Heer Van Osmale’. Hij had een huizinge met twee ‘haertsteen’ gehuurd aangaande een weduwe betreffende mr.

De ‘Stadts Wage’ stond vanwege ‘memorie’ genoteerd. Een bovenverdieping werden bewoond via  persoon welke een paar haardsteden aangaf. Deze aangifte kan zijn echter doorgehaald, waarschijnlijk daar deze onder de vrijdom van het haardstedengeld viel.

Aan de noordzijde aangaande een Antieke Kerk woonden, aangaande oost naar west, vooreerst twee personen, die hun functiën daar te verrichten hadden en teneinde die reden vermoedelijk in een nabijheid der kerk verblijf hielden; je bedoel mr. Cornelis Schoonhoven die, luidens het register, ,,wanneer organist woont in een huysinge vande Antieke Kerck om Niet”, enigszins mits zijn buur Jan Engelsz ‘graef­maecker’, welke ons huisje, toekomende de Antieke Kerk, voor niets bewoonde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *